Wiskunde A
Wiskunde A
Voor uw online wiskunde studie materiaal kunt u hier op gaan : Online Boek Wiskunde
Overzicht van de gebruikte tekens en uitleg zie foto en film
Les 1 MULO A EN B
Som 1 van het Examen werk 2013
Vereniging (verzamelingenleer)
Vereniging, of unie, is een begrip uit de verzamelingenleer. De vereniging van een aantal verzamelingen is de verzameling die bestaat uit alle elementen van de samenstellende verzamelingen. De vereniging van de verzamelingen A en B wordt genoteerd als A ∪ B.
Zie uitleg film :
Som 2 Theorie
Doorsnede (verzamelingenleer)
In de verzamelingenleer is de doorsnede, of intersectie van een aantal verzamelingen de verzameling die bestaat uit de gemeenschappelijke elementen van de samenstellende verzamelingen. De doorsnede van de verzamelingen en wordt genoteerd als .
Als twee verzamelingen een lege doorsnede hebben, noemt men ze disjunct. Als ze een niet-lege doorsnede hebben, wordt soms gezegd dat ze elkaar snijden.
Voorbeelden[bewerken]
De doorsnede van de verzamelingen {1, 2, 3} en {2, 3, 4} is de verzameling {2, 3}.
Het getal 9 is geen element van de doorsnede van de verzameling priemgetallen {2, 3, 5, 7, 11, ...} en de verzameling oneven getallen {1, 3, 5, 7, 9, 11, ...}.
HERLEIDEN
1. Optellen en aftrekken
In de formule b = 4w + 3w + 6 noem je 4w en 3w gelijksoortige termen.
Gelijksoortige termen kun je samennemen.
Op die manier kun je de formule korter schrijven als b = 7w + 6.
In de formule p = 4a + 2 + 2b staan geen gelijksoortige termen.
Daarom kun je deze formule niet korter schrijven.
Je antwoord dan 'k.n.' of 'kan niet korter'.
Let op: a2 en a zijn geen gelijksoortige termen.
Voorbeelden
a + a = 2a
a – a = 0
3a + 7a = 10a
3a + 7b = kan niet korter
8a – 10a = –2a
20a – a = 19a
8a2 + 3a2 = 11a2
4a2 + 2a = kan niet korter , omdat ze niet dezelfde termen hebben
2. Vereenvoudigen
Vereenvoudigen doe je door de teller en de noemer door dezelfde factor te delen.
Zie breuken voor meer uitleg over breuken.
Uiteraard kan je ook delen door een factor waar een variabele in zit.
Voorbeelden
20x32 = 5x8 = 58x
2032x = 58x
3xy–6y = x–2 = –12x (met y ≠ 0)*
3(x + y)2(x + y) = 32 = 112 (met x ≠ –y)*
Let op: 3 + x3x kan niet korter worden geschreven!
* In de originele breuk 3xy–6y is er geen uitkomst voor y = 0.
Je kan echter in de vereenvoudigde formule wel y = 0 invullen.
Dit mag niet vanwege het origineel. Dus schrijf je tussen haakjes dat y ≠ 0.
Bij het voorbeeld daaronder mogen x en y opgeteld niet nul zijn.
Bij 2032x = 58x is het niet nodig om (met x ≠ 0) op te schrijven.
In de vereenvoudigde formule heb je ook geen uitkomst als x = 0.
LET OP: In de DWO niet in de antwoordvakjes achter je antwoorden iets als
(met x ≠ 0) zetten, dat snapt de DWO niet!
Machten herleiden
Rekenregels | ||
| Getalvoorbeelden | Formulevoorbeelden | Algemene formule |
| 23 × 24 = 27 | x3 × x5 = x8 | an × am = an + m |
| 3532 = 33 | x7x4 = x3 | anam = an – m |
| (23)4 = 212 | (x2)3 = x6 | (an)m = an × m |
| (2 × 3)4 = 24 × 34 | (xy)3 = x3y3 | (ab)n = anbn |
| (35)4 = 3454 = 81625 | (xy)4 = x4y4 | (ab)n = anbn |
Voorbeeld 1
(2a)3 – a × 7a2 = 8a3 – 7a3 = a3
Voorbeeld 2
2a4 × 3(2a)3 = 2a4 × 38a3 = 2a4 × 38a3 = 6a48a3 = 3a4 = 34a
Haakjes wegwerken
In een formule staan soms haakjes. Deze haakjes kun je wegwerken.
Als een formule herleid moet worden, moeten altijd de haakjes weg gewerkt worden.
Het wegwerken van haakjes kan op drie manieren:
1. Rechthoekmethode
2. Papegaaienbekmethode
3. Vermenigvuldigtabel
Methode 1 levert tevens het bewijs dat beide formules gelijk zijn.
Handig is uiteraard om te weten dat de keer weggelaten mag worden.
Dus 5a betekent 5 × a en 4(3 + a) betekent 4 × (3 + a)
Enkele haakjes
Methode 1: Rechthoekmethode
Stel je wilt de formule q = 2(p + 8) zonder haakjes schrijven.
Dan kun je dat doen door je een rechthoek voor te stellen met een hoogte van 2 en een breedte van p + 8.
De oppervlakte van deze rechthoek is 2 × p + 2 × 8 = 2p + 16. Dus:
q = 2(p + 8) = 2p + 16.
Je kan ook zien dat in de rechthoek het linkervakje een oppervlakte heeft van 2p en het rechtervakje van 2 × 8 = 16. Samen q = 2p+ 16.
Methode 2: Papegaaienbekmethode
De papagaaienbekmethode is de snelste van alle drie. Je weet dat je de factor die voor (of achter) de haakjes staat, moet vermenigvuldigen met de termen tussen de haakjes. Als hulp kan je pijlen (of lijen) tekenen van de factor naar de termen. Langs die pijlen ga je dan vermenigvuldigen. Als je dit eenmaal doorhebt, dan hoef je de pijlen niet meer te tekenen.
Pijl 1 geeft 3 × 2a = 6a
Pijl 2 geeft 3 × 4 = 12
Methode 3: Vermenigvuldigtabel
De opgave zet je met deze methode in een vermenigvuldigtabel.
De factor komt in de eerste kolom te staan en de termen in de bovenste rij.
Dan ga je de factor vermenigvuldigen met de termen.
Voorbeeld
Herleid b = 5a(2a + 4)
| × | 2a | 4 |
| 5a | 10a2 | 20a |
De groene tekst vul je in aan de hand van de gegeven formule. Het rode reken je uit.
Het antwoord is dan de rode vakjes opgeteld.
In dit geval dus b = 10a2 + 20a
Voorbeelden enkele haakjes
b = 3a(5a + 3) = 15a2 + 9a
b = 3a(5a – 3) = 15a2 – 9a
b = 3a(–5a + 3) = –15a2 + 9a
b = 3a(–5a – 3) = –15a2 – 9a
b = –3a(5a + 3) = –15a2 – 9a
b = –3a(5a – 3) = –15a2 + 9a
b = –3a(–5a + 3) = 15a2 – 9a
b = –3a(–5a – 3) = 15a2 + 9a
Let op:
b = –(5a – 3) = –5a + 3
b = (4a – 7)3 = 12a – 21
b = (4a – 7) + 3 = 4a – 7 + 3 = 4a – 4
Voorbeeld voor gevorderden (tussenstappen staan onder elkaar):
–2a(b – 3c) – 5c(a + 2b) =
–2ab + 6ac – (5ac + 10bc) =
–2ab + 6ac – 5ac – 10bc =
–2ab + ac – 10bc
Dubbele haakjes
Methode 1: Rechthoekmethode
Stel je wilt de formule q = (p + 3)(p + 8) zonder haakjes schrijven.
Dan kun je dat doen door je een rechthoek voor te stellen met een hoogte van p + 3 en een breedte van p + 8.
Je kan van ieder vakje de oppervlakte berekenen
De oppervlakte van de hele rechthoek is dan:
q = p2 + 8p + 3p + 24 = p2 + 11p + 24.
Methode 2: Papegaaienbekmethode
De papagaaienbekmethode is weer de snelste van alle drie. Je zorgt dat je iedere term tussen de eerste haakjes een keer vermenigvuldigt met elke termen tussen de tweede haakjes.
Als hulp kan je weer de pijlen (of lijnen) tekenen. Langs die pijlen ga je dan vermenigvuldigen.
Pijl 1 geeft 4a × 2a = 8a2
Pijl 2 geeft 4a × –7 = –28a
Pijl 3 geeft 3 × 2a = 6a
Pijl 4 geeft 3 × –7 = –21
Deze tel je alle vier op en dan krijg je:
8a2 – 28a + 6a – 21 = 8a2 – 22a – 21
Methode 3: Vermenigvuldigtabel
De opgave zet je met deze methode in een vermenigvuldigtabel.
De twee termen van de eerste factor komen onder elkaar in de eerste kolom te staan
en de termen van de tweede factor naast elkaar in de bovenste rij.
Voorbeeld
Herleid b = (3 + 5a)(2a – 4)
| × | 2a | –4 |
| 3 | 6a | –12 |
| 5a | 10a2 | –20a |
De groene tekst vul je in aan de hand van de gegeven formule. Het rode reken je uit.
Het antwoord is dan de rode vakjes opgeteld.
In dit geval dus b = 6a + –12 + 10a2 + –20a = 10a2 – 14a – 12.
Voorbeelden dubbele haakjes
| (2a + 3)(4a + 3) = 8a2 + 6a + 12a + 9 = 8a2 + 18a + 9 | (3a + 2)(5a – 3) = 15a2 – 9a + 10a – 6 15a2 + a – 6 |
| (5a – 7)(4a – 6) = 20a2 – 30a – 28a + 42 = 20a2 – 58a + 42 | (5a + 3b)(2a – 7b) = 10a2 – 35ab + 6ab – 21b2 = 10a2 – 29ab – 21b2 |
| –(2a + 4)(5a – 3) = –(10a2 – 6a + 20a – 12 = –(10a2 + 14a – 12) = –10a2 – 14a + 12 | 5(3a + 5)(2a + 3) = 5(6a2 + 9a + 10a + 15) = 5(6a2 + 19a + 15) = 30a2 + 95a + 75 |
| (3a – 4a2)(5a – 3) = 15a2 – 9a – 20a3 + 12a2 = –20a3 + 27a – 9a | (3a2b – b3)(2b2 – a) = 6a2b3 – 3a3b – 2b5 + ab3 |


